9. Wat is het stappenplan? (H6)

In de wet staat dat jouw begeleider allerlei zaken moet doen voordat jij onvrijwillige zorg mag krijgen.

Eerst overlegt jouw begeleider met jou en legt je uit waarom de zorg nodig is.
Dat kun je stap 0 van het stappenplan noemen.
Pas als je er samen niet uitkomt, moet de begeleider het stappenplan gaan volgen.

De begeleider moet overleggen met een andere zorgmedewerkers.
Zij moeten samen kijken of er andere oplossingen zijn.
En of de onvrijwillige zorg wel echt nodig is.
En of er wel echt ernstig nadeel is als je de zorg niet zou krijgen.

Jij mag bij de overleggen zijn die over jouw zorg gaan.
Je mag je vertegenwoordiger meenemen naar dat overleg.
Je kunt ook ondersteuning vragen van de cliëntenvertrouwenspersoon.

De begeleider moet alles over de onvrijwillige zorg in je ondersteuningsplan opschrijven.
Ook het plan om de onvrijwillige zorg weer te stoppen.

Bij iedere zorginstelling is een Wzd-functionaris.
Dat is een deskundige die de ondersteuningsplannen beoordeelt waar onvrijwillige zorg in staat.
De Wzd-functionaris let er ook op dat onvrijwillige zorg goed wordt toegepast.
Dat de begeleiders zich houden aan de afgesproken regels.

Als ook de Wzd-functionaris ziet dat de onvrijwillige zorg nodig is,  dan mag de onvrijwillige zorg gegeven worden.
Als het echt nodig is en volgens de regels die zijn afgesproken.

Als het echt niet anders kan, blijft de onvrijwillige zorg.
Iedere 6 maanden moet opnieuw gekeken worden of de onvrijwillige zorg kan stoppen.