8. Wat zijn je rechten bij onvrijwillige zorg? (H6)

Je hebt verschillende rechten als je onvrijwillige zorg krijgt.

Je hebt er recht op dat de begeleider eerst met jou overlegt.
De begeleider legt goed uit welke zorg hij nodig vindt.
Dan kun je meedenken over welke zorg het beste bij jou past.
En mogelijk kun je samen onvrijwillige zorg voorkomen.

Een voorbeeld:
Ik ben vaak erg onrustig.
Als ik onrustig ben krijg ik een tabletje.
Dat tabletje helpt me om rustiger te worden.
Ik vind het vervelend om medicijnen te slikken.
Maar zonder die medicijnen wordt mijn onrust heel erg.
Ik word dan vaak boos en sla om me heen
Als dat gebeurt, moet ik naar de rustruimte.
Dat vind ik veel erger dan het tabletje slikken.
Dus ik vind het tabletje de beste oplossing.
Daarom is dit vrijwillige zorg.

Je hebt het recht je te verzetten tegen de zorg die je krijgt.
Je kunt laten zien dat jij het niet eens bent met de zorg.
Ook als je niet helemaal begrijpt hoe het zit.
Begeleiders moeten dan goed naar je luisteren.
Het stappenplan moet dan gevolgd worden.
Ook als je eerder had gezegd dat je het er wel mee eens was.
Je mag dus van mening veranderen.

Je hebt recht op een vertegenwoordiger.
Juist als je onvrijwillige zorg krijgt, is het goed als er iemand met je meekijkt naar die zorg.
Je vertegenwoordiger kan meegaan naar de gesprekken.
Hij kan dan meedenken wat goed voor jou is.
Je vertegenwoordiger moet weten dat jij onvrijwillige zorg krijgt.
Hij kan dan meekijken dat het goed met je gaat.
Hij kan voor je belangen opkomen.
De begeleider moet met je vertegenwoordiger overleggen over de zorg als de beslissingen daarover voor jou te ingewikkeld zijn.

Je hebt het recht dat de begeleider niet alleen besluit over onvrijwillige zorg.
De begeleider moet eerst met jou overleggen.
Daarna moet de begeleider met andere zorgmedewerkers overleggen. Dat staat in het stappenplan.

Je hebt het recht om bij de gesprekken over jouw zorg te zijn.
Je kunt luisteren wat er over je gezegd wordt.
En je kunt je mening geven over wat er gezegd wordt.

Je hebt recht op ondersteuning door de cliëntenvertrouwenspersoon.
De cliëntenvertrouwenspersoon kan je ondersteunen, als je het niet met de zorg eens bent.
Of als je wilt klagen.
De cliëntenvertrouwenspersoon is onafhankelijk.
Hij staat aan jouw kant.

Je hebt er recht op dat de onvrijwillige zorg goed in je ondersteuningsplan wordt opgeschreven.
Dan weten je begeleiders goed hoe ze je moeten ondersteunen.
En ze weten hoe ze de onvrijwillige zorg moeten geven als dat nodig is.

Je hebt het recht dat onvrijwillige zorg zo kort mogelijk duurt.
In je ondersteuningsplan moet staan hoe de begeleider gaat zorgen dat de onvrijwillige zorg niet meer nodig is.
Jouw begeleider moet zorgen dat de onvrijwillige zorg niet langer dan 3 maanden wordt gegeven.
Het kan zijn dat het niet lukt de onvrijwillige zorg te stoppen.
Als de onvrijwillige zorg langer dan 3 maanden nodig is, moet de begeleider met een deskundige van buiten de zorginstelling overleggen.
Dan moet er ieder half jaar opnieuw naar gekeken worden:

• Is het nog wel echt nodig?

• Zijn er geen andere oplossingen?